Naar inhoud

Zo plan je inbouwspots

Zo doe je het: spotverlichting die gewoon werkt

De meesten van ons hebben weleens in een ruimte gestaan waar het licht je ofwel verblindt ofwel de hoeken in de schaduw laat. De oplossing is zelden méér inbouwspots – het zijn de juiste inbouwspots, op de juiste plekken gezet. En gelukkig is het raak schieten geen rocket science zodra je de drie knoppen kent waaraan je kunt draaien.

Begin met het licht, niet met het plafond. Bepaal hoe helder de ruimte moet zijn – warm en ontspannen in de woonkamer, helder en scherp boven het keukenblad – en laat dat bepalen hoeveel inbouwspots je nodig hebt. Vandaar draait het om de afstand: houd de inbouwspots een flink eind van de wand zodat je harde schaduwen vermijdt, en verdeel ze gelijkmatig in plaats van ze midden in de ruimte samen te clusteren.

Dan is er de lichtkwaliteit, die verrassend veel mensen overslaan. Kies één kleurtemperatuur voor de hele ruimte, zodat je warm en koel licht niet mengt, en ga voor een hoge kleurweergave als je wilt dat het voedsel, het hout en de gezichten van mensen er goed uitzien. En wat je ook doet, vergeet de dimmer niet – een ruimte die je kunt dimmen is dubbel zoveel waard als een ruimte die alleen aan en uit kan.

Klaar om de som voor je eigen ruimte te maken? Probeer de planner boven aan de pagina en krijg een concreet voorstel voor het aantal en de plaatsing voordat je ook maar één inbouwspot koopt.

Open de volledige gids →